Alicja Gescinska (Warschau, 1981) is filosoof en schrijver wiens werk zich beweegt op het snijvlak van ethiek, vrijheid en menselijkheid. Sinds haar veelgeprezen filosofische debuut De verovering van de vrijheid (2011) heeft zij zich ontwikkeld tot een belangrijke stem in het hedendaagse denken.
Met haar roman Een soort van liefde (2016) won zij de Debuutprijs 2017 en werd zij genomineerd voor de Confituur Boekhandelsprijs. Haar essay Thuis in muziek. Een oefening in menselijkheid (2018) werd bekroond met een shortlistnotering voor de Socratesbeker, waarna Intussen komen mensen om (2019) de Liberales-boekprijs ontving. In 2020 schreef zij het essay Kinderen van Apate. Over leugens en waarachtigheid voor de Maand van de Filosofie.
Ook als dichter en theatermaker verkent Gescinska nieuwe vormen: met de bundel Trojaanse gedachten (2021) en de monoloog Apate spreekt (2022), waarin zij de leugen als filosofisch en existentieel vraagstuk benadert. In 2025 verscheen de novelle De gezichtslozen, waarin een fotografe een vluchtelingenkamp in Beiroet bezoekt.
Afgelopen december verscheen Vrouwen in duistere tijden, een indringende reeks biografische portretten van tien moedige en invloedrijke denkers en schrijvers, onder wie Rosa Luxemburg, Anna Achmatova, Hannah Arendt en Barbara Skarga. Met dit werk won zij in 2026 de Socratesbeker voor het beste filosofieboek.